IJmuiden,
05
november
2014
|
13:27
Europe/Amsterdam

Verdronken redders herdacht

KNRM verloor 69 redders sinds oprichting in 1824

Aan het Helden-der-Zeeplein in Den Helder staat een toren als nationaal monument voor het Nederlandse Reddingwezen. Omsloten door een woonwijk vol straten met reddersnamen. Redders die tussen 1824 en 1924 met roeireddingboten naar zee gingen om mensen te redden. Honderden schipbreukelingen brachten zij roeiend veilig aan wal. Een vierkante stenen toren met aan weerszijden twee stoere, vastberaden redders aan het roer. De zee ruist op de achtergrond. Boven in de toren speelt een carillon. De klanken waaien met de zeewind door straten die de naam dragen van roeiredders uit vervlogen tijden. Het monument eert de redders die in de 190-jarige geschiedenis van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij verdronken op zee, bij pogingen anderen te redden. 69 redders in totaal. Om stil van te worden. Het carillon doorbreekt de stilte, om niet vergeten te worden.

Ter nagedachtenis
Het reddersmonument in Den Helder werd in 1935 onthuld door Koningin Wilhelmina. In de voorafgaande vijftien jaar voltrokken zich de meeste reddingbootrampen in de geschiedenis van de KNRM. Twee roeireddingboten, een motorreddingboot en twee stoomreddingboten kapseisden, met verlies van 22 redders. Er bleven weduwen en tientallen vaderloze kinderen achter. Vanuit liefdadigheid werden de families ondersteund door het Helden-der-Zeefonds Prins der Nederlanden. Genoemd naar de grootste reddingbootramp in 1929. Het monument in Den Helder werd het nationale gedenkteken voor verdronken redders, maar op verschillende plaatsen langs de kust staan ook standbeelden die de herinnering lokaal levend houden. Gelukkig zijn ongelukken met reddingboten en redders een zeldzaamheid geworden. Toch zijn KNRM en haar bemanningsleden beducht voor de risico’s van het reddingwerk op zee.

Vrijwilligers
Traditioneel worden reddingboten bemand door vrijwilligers, opstappers genoemd, die er niet voor terugdeinzen onder slechte weersomstandigheden aan boord te springen om naar zee te gaan. Dat waren in het roeireddingboottijdperk vaak ervaren vletterlieden, of vissers die gewend waren aan het zware handwerk. Ook de eerste motorreddingboten werden bemand door vrijwillige vissers, zeevarenden of oud-zeevaarders. Tegenwoordig bestaat de bemanning grotendeels uit vrijwilligers zonder maritieme achtergrond. Dat vergt extra inspanningen om ze op te leiden tot redder en te laten oefenen met het varende materieel. De motivatie om dit reddingwerk als vrijwilliger te doen komt grotendeels voort uit een passie voor varen. Maar kameraadschap, avontuur en zingeving zijn ook redenen om langdurig actief te blijven als vrijwilliger. De 45 reddingstations van de KNRM worden volledig door vrijwilligers bemand en bestuurd. Zij worden ondersteund door vast personeel van de KNRM vanuit IJmuiden, voor technische zaken, opleidingen, fondsenwerving en administratie.

Van zes reddingen per jaar, naar zes per dag
De laatste reddingbootongelukken met dodelijke afloop dateren van 1975 en 1981, in Den Helder (twee redders verdronken) respectievelijk Terschelling (1 redder verdronken). Dat lijkt na 33 jaar ver weg. Na elke ramp zijn aanpassingen gedaan aan het reddingmaterieel om het nog veiliger te maken voor de redders. Er kwamen zelfrichtende reddingboten, nieuwe reddingvesten, noodsignalen en overlevingspakken. Toch zijn in de laatste 33 jaar verschillende reddingboten gekapseisd en redders overboord geslagen. Zeker tien keer kropen redders door het oog van de naald en dankten zij hun leven aan het overlevingspak, het flitslichtje op hun reddingvest, maar ook aan hun opleiding en training en aan de redders die ze uiteindelijk terugvonden en veilig aan wal brachten. De verbeteringen aan reddingboten en beschermende kleding geven een dermate veilig gevoel, dat overschatting van de veiligheid op de loer ligt. Waar vroeger een roeireddingboot beperkingen kende van de inzetbaarheid en de tien roeiers het fysiek gewoon moesten afleggen tegen de kracht van de branding, zijn de huidige reddingboten met 2.000 pk tot alles in staat. Daarmee zijn de grenzen weliswaar fors opgerekt, maar zijn de risico’s ook verlegd. Bovendien is het reddingwerk flink toegenomen. In plaats van zes reddingen in het hele jaar 1825, zijn het er tegenwoordig gemiddeld zes per dag. Dan kan varen en redden op routine de scherpte en oplettendheid doen verminderen.

Opleidingen en zelfkennis
In de eerste twee jaar waarin een vrijwilliger actief is bij de KNRM, doorloopt hij of zij (er zijn tegenwoordig 30 vrouwelijke opstappers aan boord) een vol programma aan opleidingen. Redders oefenen wekelijks hun vaardigheden aan boord en leren het schip van buiten en binnen kennen. Reddingen worden nabesproken, oefeningen geëvalueerd en van kleine en grote incidenten worden rapportages gemaakt. De KNRM heeft voor haar bemanningsleden een beperkt boekwerk aan voorschriften en richtlijnen, maar huldigt het standpunt niet te willen sturen op regels, maar op gedrag. Zo is goed zeemanschap de basis voor het uitvoeren van reddingen, die geregeld vragen om improvisatietalent en besluitvaardigheid van schipper en bemanning. Als er iets fout gaat, dan is het essentieel te onderkennen wat de missers waren, zodat iedereen ervan kan leren. Een open cultuur, zonder verborgen gebreken, moet de veiligheid vergroten. Een goed voorbeeld is het driemaal kapseizen van de Amelander reddingboot in 2006, waarna de bemanning openhartig de eigen inschattingsfouten onderkende. Daarmee hielden zij collega’s een spiegel voor en hielpen daarmee het veiligheidsbewustzijn vergroten.

Donaties omgezet in modern reddingmaterieel
Sinds 1824 wordt de KNRM in stand gehouden door donaties van trouwe donateurs. De afhankelijkheid van donateurs heeft in 190 jaar de Redding Maatschappij een onafhankelijke positie gegeven ten aanzien van subsidies of commerciële invloeden. Daardoor is de keuze voor de reddingboten altijd zelfstandig, vanuit het oogpunt van redders en reddingen gemaakt. Vrijwel alle reddingboten dragen de naam van de schenker die de bouw van het schip mogelijk maakte. Alleen het beste materieel is goed genoeg om de naam van de schenker te mogen dragen. Daarom wordt veel zorg besteed aan de ontwikkeling van nieuwe reddingboten en veiligheidsmiddelen. Zo dragen ook de donateurs bij aan de veiligheid van de redders.

Mensen redden en veilig uit en thuis
Storm is zeldzaam, dus zijn er weinig kansen om onder extreme omstandigheden kennis en kunde te beproeven. Telkens als de wind langs de kust aantrekt naar stormkracht worden de vrijwilligers en medewerkers bij de KNRM onrustig. Een gezonde spanning, die omgezet wordt in oefentochten met reddingboten. De KNRM stimuleert haar vrijwilligers ook bij slecht weer te oefenen. In de wetenschap dat daarmee de grens bewust wordt opgezocht. Hoewel de reddingboten betrouwbaar zijn en de bemanning voor de taak is berekend, is iedereen opgelucht als de storm zonder incidenten voorbij gaat. De 69 redders die hun gedrevenheid om mensen te redden met de dood moesten bekopen zijn niet vergeten. De herinnering aan hen en hun nabestaanden verplicht de KNRM er alles aan te doen om te zorgen dat redders veilig uit kunnen varen om mensen te redden en samen veilig thuis kunnen komen.