IJmuiden,
10
oktober
2014

Uit de historie van 190 reddingjaren

Een kort historisch overzicht van de Koninklijke Nederlandse Redding Maat¬schappij (voortgekomen uit de fusie van de voormalige reddingmaatschappijen:Koninklij¬ke Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij en deKoninklijke Zuid-Hol¬landsche Maatschappij tot Redding van Schipbreuke¬lingen Gefuseerd in 1991 tot de huidige KNRM.

In chronologische volgorde vanaf de oprichting in 1824.

1824

14 oktober: 17 schepen vergaan op de Nederlandse kust. Bij Huisduinen worden reddingspogingen ondernomen om schipbreukelingen van De Vreede te redden. Zes Huisduiners verdrinken.

11 november: de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij wordt opgericht in Amster¬dam.

20 november: de Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreu¬kelingen wordt opgericht in Rotterdam.

26 december: de eerste redding wordt verricht door de roeireddingboot van Egmond aan Zee. Er worden vijf schipbreukelingen gered.

1825

De Z.H.M.R.S. stelt de eerste roeireddingboot in Domburg in dienst.

1840

Het eerste lijnwerp- en wippertoestel wordt door de Noord in gebruik genomen.

1844

De Zuid koopt een schokker om als reddingvaartuig dienst te doen in de zeegaten voor Zierikzee en Brouwershaven.

1865

Het eerste vluchthuisje voor schipbreukelingen wordt gebouwd op de Boschplaat van Terschelling.

1866

De eerste zelfrichtende roeireddingboot wordt te Nieuwediep gestationeerd.

1873

De Zuid laat een ijzeren reddingkotter bouwen.

1885

Er wordt een begin gemaakt met een georganiseerde kustwacht, met onder andere bemande vuurtorens en wachtposten en een seinsysteem.

1889

Een Staatscommissie komt tot de conclusie dat staatsinmenging in het reddingwezen niet nodig is en dat beide particuliere reddingmaatschappijen op bestaande wijze uitstekend functioneren.

1895

De eerste stoomreddingboot wordt in Hoek van Holland in dienst gesteld.

1904

Het Rijkskuststation Scheveningen-Radio wordt officieel in gebruik genomen. Schevenin¬gen-Radio zal in de jaren daarna een bijzonder belangrijke rol gaan spelen in de coördinatie van reddingsacties.

1907

Een Staatscommissie, ingesteld naar aanleiding van de scheepsramp met de Berlin bij Hoek van Holland, waarbij 129 mensen de dood vonden, achtte het niet noodzakelijk de organisatie van het reddingwezen te veranderen. De reddingmaat¬schappijen waren nog altijd even doeltreffend.

De Noord neemt haar eerste motorreddingboot in gebruik.

1910

Naar aanleiding van zijn betrokkenheid bij de ramp met de Berlin en het onderzoek naar het reddingwezen heeft Z.K.H. Prins Hendrik in 1910 het beschermheerschap voor beide reddingmaatschappijen aanvaard.

1921

23 oktober: de motorreddingboot Brandaris, het trotse vlaggeschip van de Noord, vergaat op onverklaarbare wijze tijdens een zware storm. Vier redders verdrinken.

23 oktober: in dezelfde storm slaat de stoomred¬dingboot van Hoek van Holland om. Van de zeven bemanningsleden overleeft slechts één de ramp.

1927

De eerste zelfrichtende motorreddingboot, de Insulinde, wordt gestationeerd in Oostmahorn.

De legendarische Mees Toxopeus wordt aangesteld als schipper.

1929

De Zuid neemt de zelfrichtende motorreddingboot Koningin Wilhelmina in gebruik op het station Stellendam.

De stoomreddingboot 'Prins der Nederlanden' slaat om bij een reddingsactie op de Maasvlakte. Alle acht bemanningsleden komen daarbij om het leven.

1932

De derde Internationale Reddingboot Conferentie wordt gehouden in Nederland. Delegaties van vele landen bezoeken de conferentie, waar veel ervaringen uitgewisseld worden. In veel landen staan motor¬reddingboten volop in de belangstelling.

1940-1945

In de oorlogsjaren moeten veel reddingstations sluiten, doordat de stranden niet meer toeganke¬lijk zijn en boothuizen worden afgebroken. Drie reddingboten steken over naar Engeland met vluchtelingen.

De reddingmaatschappijen kennen ongekend drukke jaren, waarbij de bemanningen vaak onder hoogspan¬ning moeten werken. De reddingboten varen onder bescherming van de Rode Kruis vlag, maar worden desondanks meermalen beschoten.

1949

Bij het 125-jarig bestaan van de Noord en de Zuid krijgen beide het predicaat 'Koninklij¬ke'.

1951

De Opsporings- en Reddingsdienst (O.S.R.D.) wordt opgericht. Deze tak van de Koninkli¬jke Marine kan door het inzetten van vliegtuigen en helikopters van grote waarde zijn bij het snel redden van schipbreuke¬lingen.

1953

De laatste roeireddingboot van de Noord wordt in Noordwijk aan Zee vervangen door een motorstrandreddingboot.

1960

De Noord neemt de Carlot in gebruik. De eerste zelfrichtende motorreddingboot met volledig gesloten stuurhuis.

Van dit type zullen later nog vier boten gebouwd worden.

1963

De Zuid neemt de reddingboot Koningin Juliana in gebruik. Eveneens met een geheel gesloten stuurhuis. Van dit type worden later nog twee schepen gebouwd.

1969

De Noord laat een snelle reddingboot bouwen in Engeland. Deze boot, de Komer, wordt gestationeerd op Terschelling. Na een aantal jaren blijkt de boot niet aan de gestelde verwachtingen te voldoen en wordt overgestapt op andere typen snelle boten.

1972

De Zuid bestelt bij de Engelse Reddingmaatschappij een snelle 'rigid-inflatable' van het type Atlantic 21. Een rubberboot met vaste bodem. Het blijkt een succes te zijn en een paar jaar later volgen meer bestellin¬gen. De rigid-inflatables worden steeds meer gebruikt en veel reddingmaatschap¬pijen tonen interesse.

Veel reddingboten worden later naar dit ontwerp gebouwd.

1974

De beide reddingmaatschappijen vieren gezamenlijk op grootse wijze het 150-jarig bestaan. Een jaar lang staat het reddingwezen op veel plaatsen en op verschillende manieren volop in de belangstelling.

1979

De dertiende Internationale Reddingboot Conferentie vindt plaats in Nederland.

Het grootste deel van de organisatie is in handen van de Zuid.

1981

De Zuid neemt proeven met een Ultra Licht Vliegtuig (ULV). Om snel en betrekkelijk goedkoop surfers, sportvissers of drenkelingen te kunnen opsporen bij niet al te slecht weer. De proef wordt later gestopt.

In hetzelfde jaar neemt de Noord de eerste kleine rubberboot in gebruik. De bestaande wipperploegen op de Waddeneilanden, alsmede in Callantsoog en Petten, worden hiermee de jaren daarop ook uitgerust. Vooral voor de hulpverlening aan surfers en andere kleine watersport zijn de rubberboten van grote waarde.

1984

De Zuid neemt een heel nieuw type reddingboot in gebruik. De reddingboot Koningin Beatrix is de eerste van het grote type rigid-inflatable, naar een Engels ontwerp.

1986

Naar het voorbeeld van de Zuid heeft de Noord een snelle reddingboot van het type rigid-inflatable laten bouwen. Later worden door de Zuid en de Noord nog twee van deze schepen gebouwd. De KNRM gaat vervolgens

voort met de bouw van deze schepen.

1990

De Noord neemt in Noordwijk aan Zee de Valentijn, een nieuwe strandreddingboot, in gebruik ter vervanging van het oude type.

1991

FUSIE NOORD EN ZUID

De Noord en de Zuid, de K.N.Z.H.R.M. en de K.Z.H.M.R.S. fuseren officieel op 22 mei 1991 tot de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Als oprichtingsdatum blijft 11 november 1824 gehandhaafd. Het kantoor van de Zuid in Rotterdam verhuist naar Amsterdam.

1995

Een bemanningslid van Lauwersoog ontsnapt op Nieuwjaarsdag ternauwernood aan de verdrinkingsdood, nadat hij in zware storm overboord sloeg van de reddingboot. Twee Duitse collega-redders van Borkum verdronken diezelfde nacht nadat hun reddingboot kapseisde.

De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij neemt haar intrek in een geheel nieuw kantoor met werkplaats en magazijn in IJmuiden. Het pand wordt door Z.K.H. Prins Willem Alexander geopend.

Het reddingstation Veere wordt heropend en vormt het 37ste station van de KNRM.

1999

De KNRM viert haar 175-jarig bestaan. Uit de opbrengst van diverse fondsenwervende acties werden nieuwe overlevingspakken voor de bemanning aangeschaft. Na speciale jubileumactie onder donateurs ruim een miljoen gulden gedoneerd voor de ‘jubileum-reddingboot’ . Dat werd De Redder van het type Valentijn.

2000

Er zullen nog vier nieuwe reddingboten worden gebouwd van het type Arie Visser, met grotere afmetingen dan de Johannes Frederik klasse. Twee Arie Visser-klasse schepen werden reeds in 1999 in dienst gesteld. De nieuwe boten hebben een grote brandstofcapaciteit. Na voltooiing van deze bouwopdracht zullen alle langzamere reddingboten uit de vloot verdwenen zijn.

2000

Het reddingstation Den Oever wordt geopend als 38ste station.

2002

Het reddingstation Elburg wordt geopend als 39ste station.

2006

Het reddingstation Huizen wordt geopend als 40ste station.

2007

Sinds de oprichting van de reddingorganisatie in 1824 hebben redders 75.000 mensen uit noodsituaties op zee gered. Zeker 1.000 van hen hebben hun leven aan de redders te danken. Na een gezamenlijke actie van de reddingstations Ouddorp en Stellendam werd in oktober de 75.000e geredde aan wal gebracht.

2008

In 2008 werd het 41ste reddingstation opgestart in Hansweert en werd de reddingsbrigade Dordrecht deels omgevlagd tot het 42ste reddingstation.

2009

De KNRM ondertekent samen met de Kustwacht met verschillende veiligheidsregio's het convenant “Samenwerking Veiligheidsregio en crisispartners Kustwacht & KNRM”. Dit convenant heeft als doel een helder afsprakenkader te bieden aan de land- en waterhulpdiensten, die elkaar in geval van calamiteit tegenkomen.

De nieuwe Nikolaas-klasse wordt geïntroduceerd. In Dordrecht en Huizen varen de schepen van deze speciaal ontworpen boot voor de binnenwateren.

2010

De KNRM initieert de KNRM Lifeguards op Terschelling. Met drie reddingposten en 12 lifeguards per dag, gedurende de vakantieweken in de zomer, wordt op verzoek van de gemeente toezicht gehouden op baders en zwemmers.

2011

Hare Majesteit Koningin Beatrix, beschermvrouwe van de KNRM, brengt een werkbezoek aan KNRM IJmuiden.

2012

De gelieerde reddingstations Blaricum, Medemblik en Andijk worden toegevoegd aan de KNRM reddingstations.

De KNRM Lifeguards zijn dit jaar actief op alle Friese Waddeneilanden, vanuit 10 reddingposten met 80 lifeguards.

2013

Reddingstation Lelystad wordt geopend.

De Wassenaarse Reddingsbrigade tekent een samenwerkingsovereenkomst met de KNRM. Hiermee kan de KNRM een formele samenwerkingsvorm met reddingsbrigades beproeven.

2014

De NH1816, de reddingboot van de toekomst wordt in IJmuiden gedoopt door Koningin Maxima. De reddingboot heeft een bijzondere rompvorm, die comfortabeler vaargedrag biedt en heeft de nieuwste navigatie- en communicatiemiddelen aan boord.

Redden is mensenwerk

In een historisch overzicht wordt voornamelijk gesproken over veranderingen in materiaal en organisatie. In de 190 jaar dat de reddingmaatschappij nu werkt langs onze kust zijn de redders echter hetzelfde gebleven. Dat wil zeggen, de mentaliteit is vrijwel onveranderd. Nog steeds zijn het grotendeels vrijwilligers, die het enthousiasme van vader op zoon overbrengen en zo gezorgd hebben voor telkens weer nieuwe generaties redders.

In de 190 jaar zijn drama's de reddingmaatschappij niet bespaard gebleven. Vooral in het roeireddingboottijdperk sloegen regelmatig boten om, waarbij levens te betreuren waren. Hoewel de roeireddingboten reeds lang vervangen zijn door motorreddingboten, is dit geen waarborg geweest voor het uitblijven van ongelukken. Doordat motorreddingboten in slechter weer uitvaren dan de roeireddingboten, zijn de risico's niet minder groot geworden. In totaal verloren 69 redders het leven.

Ondanks alle mogelijke voorzorgsmaatregelen blijven er grote risico's verbonden aan het reddingwerk. Het mag daarom prijzenswaardig heten dat er nog altijd mensen zijn die vrijwillig de reddingboten bemannen om in het slechtste weer uit te varen.

Contactpersonen
photo:24/7 woordvoerder
24/7 woordvoerder
0620 572 979 (direct)
/
0255 548454 (kantoor)
photo:Janneke  Stokroos
Janneke Stokroos
Woordvoerder
photo:Leonie de Vries
Leonie de Vries
Woordvoerder
photo:Edward Zwitser
Edward Zwitser
Woordvoerder
photo:Lieneke de Kroon
Lieneke de Kroon
Woordvoerder
photo:Kees Brinkman
Kees Brinkman
Woordvoerder
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws