IJmuiden,
27
mei
2016
|
01:29
Europe/Amsterdam

KNRM en NOB trekken gezamenlijk op in preventie

De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) en Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) gaan zich gezamenlijk inzetten om de veiligheid in en op het water te vergroten. Alhoewel het aantal incidenten en reddingsacties met sportduikers niet groot is, vinden beide clubs het belangrijk om ongevallen en zoekacties te voorkomen. In de samenwerking wordt gekeken naar een beter begrip tussen de bovenwatersport en onderwatersport, een betere voorbereiding van de duiker én een beter herkenning van plekken waar sportduikers onder water zijn.

De KNRM is al 191 jaar een onafhankelijke professionele reddingorganisatie. Jaarlijks redden 1300 professioneel opgeleide vrijwilligers meer dan 3.000 mensen op zee en het ruime binnenwater. Dankzij de donateurs kan de KNRM kosteloos hulp bieden en advies geven op het gebied van preventie. De KNRM is een goed doel, zonder overheidssubsidie. De vrijwilligers staan 24 uur per dag klaar om onder alle weersomstandigheden uit te rukken. Vanuit 45 reddingstation met 75 reddingboten. Door aandacht te besteden aan preventie, wil KNRM verdrinking, verwonding, materiaalschade en ongerief bij de waterrecreant voorkomen. De KNRM hanteert daarom als uitgangspunt bij haar preventieprogramma: veilig uit, veilig thuis!

De NOB besteedt in de duik- en kaderopleidingen veel aandacht aan het voorbereiden van een duik en het veilig uitvoeren van een duik. Dit vormt ook een belangrijk aandachtspunt binnen het preventieprogramma van de KNRM. De NOB kent al de Check-de-Stek-procedure waarmee iedere duiker vooraf kan bepalen of een duikplaats op dat moment geschikt voor de geplande duik is. Zijn bijvoorbeeld de golven hoger dan verwacht, dan wijk je uit naar een andere duikplek. De aandacht voor het goed voorbereiden van een duik en de zichtbaarheid voor andere watergebruikers zal in de duikopleidingen worden uitgebreid.

Een ander gezamenlijk aandachtspunt van KNRM en NOB is de bewustwording van de aanwezigheid van verschillende groepen gebruikers van hetzelfde water. Een sportduiker kan er niet vanuit gaan dat iedere zeiler weet waar wordt gedoken. Om die bewustwording van elkaars aanwezigheid te vergroten zal er meer aandacht komen voor de zichtbaarheid van elkaar. Het gebruik van een duikvlag (seinvlag A) is voor duiken vanaf een boot verplicht, maar die verplichting is er voor duiken vanaf de kant niet. Eigenlijk zou iedere duiker, duikvereniging of duikschool altijd een goed zichtbare duikvlag op de kant moeten plaatsen. Tegelijkertijd moeten andere waterrecreanten die vlag en de aanwezigheid van duikers dan wel herkennen. De NOB zal aan het gebruik van de duikvlag meer aandacht in de opleidingen geven.

Tenslotte wordt de samenwerking tussen lokale duikverenigingen en reddingstations gezocht. Sportduikers weten straks wat er gebeurt als de hulpdiensten worden ingeschakeld en er komen reddingsoefeningen tussen duikers en bemanningen van reddingsboten op plekken waar veel gedoken wordt. Komend weekend is er bijvoorbeeld een oefening in Zeeland. Het streven is om jaarlijks een oefening te organiseren.

Contactpersonen
photo:24/7 woordvoerder
24/7 woordvoerder
0620 572 979 (direct)
/
0255 548454 (kantoor)
photo:Kees Brinkman
Kees Brinkman
Woordvoerder
photo:Janneke  Stokroos
Janneke Stokroos
Woordvoerder
photo:Leonie de Vries
Leonie de Vries
Woordvoerder
photo:Edward Zwitser
Edward Zwitser
Woordvoerder
photo:Lieneke de Kroon
Lieneke de Kroon
Woordvoerder
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws