IJmuiden,
06
maart
2017
|
09:41
Europe/Amsterdam

Ongekende omvang: scheepsramp Herald of Free Enterprise

Drie keer lukte het de vrijwillige redders overlevenden die opgesloten zaten te redden

Op 6 maart 2017 is het 30 jaar geleden dat de ferry ‘Herald of Free Enterprise’ zonk voor de kust van het Zeebrugge. KNRM-reddingstations Cadzand, Breskens, Neeltje Jans (voormalig Burghsluis) en Stellendam zijn in actie gekomen om mensen te redden. In drie gevallen hebben de vrijwilliger redders daadwerkelijk hulp kunnen verlenen aan overlevenden die zo’n zes uur opgesloten hadden gezeten. Maar het meeste werk was het helpen bergen van 193 levenloze lichamen.

Het vergaan van de Herald of Free Enterprise is een scheepsramp van ongekende omvang en die diepe indruk heeft gemaakt bij de vrijwillige KNRM-bemanningen. Vandaag de dag zijn nog vier vrijwilligers die bij de ramp geholpen hebben, actief bij de KNRM. Jan Keijzer uit Stellendam is een van hen. Hij was destijds bemanningslid op reddingboot Zeemanspot: “Deze hulpverlening is voor de redders een onuitwisbare actie geweest die wij ons hele leven niet meer vergeten.”

 

 

 

 

 

 

 


Via Verkeerspost Vlissingen werden vrijdagavond 6 maart rond 19:30 uur de reddingboten Tuimelaar van Cadzand en Javazee van Breskens al heel snel gealarmeerd. Hoewel nog niets bekend was over de omvang van de ramp, werd de ernst van de situatie feilloos aangevoeld. De watertemperatuur bedroeg maar vijf graden. Toen de omvang van het ongeluk duidelijk werd, werd besloten ook de Koningin Beatrix uit Burghsluis en de Zeemanspot uit Stellendam in te zetten.

De Tuimelaar heeft zich in hoofdzaak geconcentreerd op het zoeken naar overlevenden en het overbrengen van materiaal en andere hulpverleners naar schepen en naar de wal. Bij de zoekactie werd het stoffelijk overschot van een vrouw uit het laatruim van de Herald omhooggehaald en afgeleverd aan de wal. Twee bemanningsleden van de Tuimelaar hebben geruime tijd op de romp van de Herald geassisteerd bij het naar bovenhalen van stoffelijke overschotten. “Dit gebeurde door de ramen in te slaan en de mensen aan touwen naar boven te trekken. De nog levende mensen werden door de helikopters naar de wal gebracht. De overleden mensen werden op de sleepboot Fighter gebracht”, schrijft Keijzer. Vanwege een dreigend brandstoftekort moest de Tuimelaar om 03:00 uur terug naar Cadzand.

 

 

 

 

 

 

 


De sleepboot Fighter die naast het wrak lag, vroeg om brancards en hulp. Alle brancards van de Javazee werden op de sleepboot overgezet als mede de vier bemanningsleden die op de romp van de Herald gingen assisteren. De schipper en het overgebleven bemanningslid zijn nog naar overlevenden gaan zoeken. Echter tevergeefs. Op een zo langdurige actie had eigenlijk niemand gerekend. Op 7 maart om 11:20 uur komt de Javazee terug in Breskens.

Om 21:00 uur vertrok de Koningin Beatrix van Burghsluis en om 22:10 was men op de plek des onheils aangekomen. De Koningin Beatrix is een aantal malen naar Zeebrugge gevaren voor het halen en brengen van experts, dokters, duikers, zuurstofflessen etc. Drie bemanningsleden zijn op de Herald overgestapt en behulpzaam geweest met het bergen van doden. In drie gevallen hebben onze mensen hulpverleend aan overlevenden die zo’n zes uur opgesloten hadden gezeten. De hoge snelheid van de Koningin Beatrix is goed van pas gekomen in het verkeer tussen wrak en de wal. De volgende morgen om 11:00 uur lag de Koningin Beatrix weer in Burghsluis.

Reddingboot Zeemanspot uit Stellendam werd naar het rampgebied gestuurd omdat de ervaring van de bemanning en de uitrustig aan boord wellicht van pas zouden komen. “De Zeemanspot was op vrijdagavond 6 maart 1987 nog maar net terug van een actie waarbij een hond van een zandbank werd gered, toen wij werden opgeroepen om uit te varen voor de Herald.” Om 01:00 uur was de Zeemanspot ter plaatse. “Aangekomen in het rampgebied, melde we ons bij de HrMs Middelburg en begon met zoeklichten bij te schijnen en naar slachtoffers te speuren. Onze zestien brancards werden overgegeven op de Fighter. Later werden we verzocht zoekslagen te maken rond de op zijn zij liggende Herald. Door onze diepgang was De Zeemanspot zeer geschikt om tussen de banken en ondiepten te zoeken. Wij hebben geen mensen gevonden, alleen maar veel spullen die uit het wrak gespoeld zijn.”

Bij het aanbreken van de dag wordt de omvang van de ramp duidelijk en realiseren de redders zich dat de kans om nog overlevenden te vinden eigenlijk nihil is. Alles in intussen goed georganiseerd en er is voldoende mankracht en materiaal aanwezig. Tot 09:30 uur is de Zeemanspot voor Zeebrugge in de weer geweest. Om 14:30 uur werd in Stellendam afgemeerd: “Vermoeid en verslagen kwamen we aan in Stellendam”, aldus Keijzer. De schipper beëindigde zijn rapport met de opmerking dat de aanwezigheid van de Zeemanspot wel degelijk zinvol was, ondanks de lange vaartijd.

Dankbetuigingen

Uit alle rapporten blijkt hoe onvermoeibaar de bemanning in touw is geweest. Van de Britse premier Tatcher en de Britse ambassade in Den Haag werden bedankbrieven ontvangen. Het bestuur van de toenmalige Koninklijke Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen (KZHMRS) sprak haar waardering uit, maar gezien de droeve omstandigheden werd er niet toe overgegaan de bemanning voor hun optreden te onderscheiden. In het jaarverslag van de KZHMRS stond: “De reddingen werden verricht in nauwe samenwerking met anderen en het bergen van doden is geen redding zoals wij die ons wensen.”

Toch wilde het bestuur de mensen hun waardering tonen. An degene die in de nacht van 6 op 7 maart 1987 aanwezig waren werd een herinneringsplaquette overhandigt door onder andere C. Boertien, toenmalig Commissaris van de Koningin in Zeeland. “Naar mijn idee mag de buitenwereld best weten dat er een organisatie bestaat met mannen die op vrijwillige basis bereid zijn onder moeilijke omstandigheden, zowel fysiek als psychisch, soms met gevaar voor eigen leven, anderen te hulp te snellen, niet omwille van de eigen eer en glorie maar ten dienste mans de mens in nood.” Aldus heer C. Boertien.