IJmuiden,
10
oktober
2014
|
12:31
Europe/Amsterdam

17 scheepsrampen op één dag heel gewoon in 1824

Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij ontstond na dramatische reddingspoging

Op 14 oktober 1824 vergingen in een zware storm 17 schepen op de Nederlandse kust. De reddingspogingen door kustbewoners bij Huisduinen eindigden in een drama. Drie schipbreukelingen en zes redders verdronken, nadat tien opvarenden van het gestrande schip ‘De Vreede’ bij de eerste poging waren gered. Het werd uiteindelijk de aanleiding tot de oprichting van een georganiseerd reddingswezen langs de kust, de nu 190-jarige KNRM. Sindsdien is het redden van schipbreukelingen nog altijd het werk van vrijwilligers, maar worden zij nu voorzien van de modernste reddingmiddelen en geschoold op professionele manier.

In 1824 was het redden van schipbreukelingen geen vanzelfsprekendheid. Scheepsrampen werden vaak niet opgemerkt en als er wél melding gemaakt werd van een stranding ontbrak het vaak aan geschikte reddingsmiddelen.

De Nederlandse kust was bij westerstorm een beruchte lagerwal voor de zeilschepen. De lijst met scheepswrakken is onafzienbaar. Sinds schepen de Noordzee bevaren zijn rampen schering en inslag. Vooral de route naar Amsterdam, tussen Texel en Den Helder, heeft duizenden zeevarenden het leven gekost. In de relatieve luwte op de rede van Texel, op de Waddenzee, zochten bij storm soms honderden schepen een oppertje om het noodweer uit te zingen. Maar schepen en ankers waren vaak niet bestand tegen de zware stormen. Zo vergingen in 1593 op de Texelse rede 44 schepen met 1050 opvarenden. In 1662 lagen er 155 schepen te schuilen, waarvan 120 van de ankers geslagen werden.

Zes weken quarantaine voor een redder

Pogingen om het reddingswezen van regeringswege te organiseren strandden in 1769 en in 1808. Alle aanbevelingen en reglementen van hogerhand ten spijt, durfde bijna niemand het aan om pogingen in het werk te stellen de schipbreukelingen te redden. De roeisloepen of zeilschepen waren daar eenvoudig niet geschikt voor en de kustbewoners lieten ze dan ook links liggen. Op een enkele uitzondering na.

De regelgeving rondom scheepsstrandingen maakte het er ook niet eenvoudiger op. De strandvonder moest eerst toestemming geven om naar een gestrand schip te mogen roeien. Een zweem van strandroverij en jutten bleef vaak om de reddingspogingen hangen. Wanneer schipbreukelingen levend aan wal kwamen, moesten zij vanwege besmettelijke ziekten zes weken in quarantaine in een hut op het strand. Datzelfde lot moesten ook redders ondergaan die de schipbreukelingen hadden gered. In de wintermaanden was dat geen aantrekkelijk vooruitzicht, terwijl tegelijkertijd de kostwinning van de redders stil kwam te liggen.

Reddingwerk op vrijwillige basis

Pas in de 19e eeuw begon het tij te keren. Uitvinders en scheepsbouwers ontwierpen betere roeireddingboten en op enkele plaatsen werden boten beschikbaar gesteld aan de kustbewoners. Rond 1800 veranderde de samenleving heel geleidelijk en nam het particulier initiatief in liefdadigheid en filantropie toe. Dat bleek ook bij de scheepsrampen op 14 oktober 1824. Op verschillende strandingplaatsen werden de schipbreukelingen door kustbewoners gered. Op Ameland redden twee man op een paard de opvarenden van het gestrande schip. Alleen de kapitein verdronk. Bij Huisduinen liep aanvankelijk de redding voorspoedig. Tien man konden van het schip ‘De Vreede’ worden gehaald, maar bij de laatste poging om drie overgebleven bemanningsleden te redden, sloeg de roeiboot om en verdronken zes redders met de drie geredden.

Voor enkele Amsterdamse notabelen was dat direct aanleiding tot de oprichting van een georganiseerd reddingwezen langs de Nederlandse kust. In een oproep om geld in te zamelen maakten zij hun doel bekend: ‘Om door het daarstellen van geschikte middelen, op de na te melden stranden, de kustbewoners in staat te stellen, pogingen tot redding van schipbreukelingen aan te wenden’. Eigenlijk niets nieuws dus, maar toch sloeg het aan en vond navolging in Rotterdam. Zo ontstonden twee reddingmaatschappijen, die in 1991 fuseerden tot de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Het particulier fondsenwervend initiatief vanuit Amsterdam en Rotterdam werd een succes en de eerste 14 reddingstations werden al snel voorzien van reddingmiddelen. De eerste officiële redding werd op 26 december 1824 verricht, door vrijwilligers in Egmond aan Zee.

Drie keer vrijwillig

In de basis is er nooit iets veranderd aan het organisatiemodel. De KNRM is nog steeds een zelfstandige stichting, die direct hulp biedt op het water, aan iedereen die daarom vraagt. De drie pijlers waarop de KNRM steunt worden gevormd door de vrijwilligers die het reddingwerk uitvoeren, de vrijwillige bijdragen van donateurs om het mogelijk maken en de vrijwillige vergoeding die geredden mogen geven. Kosteloos hulp bieden op het water is een groot goed, waar de KNRM zuinig op is. Het past bij het vrijwilligerskarakter van de organisatie, waarin het onbaatzuchtig karakter voorop staat. Dat houdt de motivatie om het reddingwerk uit te voeren zuiver. Het maakt de KNRM tot één van de oudste goede doelen in Nederland.

Toekomstvisie

Vergeleken bij 1824 ziet de wereld er natuurlijk heel anders uit en is de KNRM daarin mee veranderd. De vrijwilligers worden gefaciliteerd op een professionele manier, in reddingmiddelen, opleidingen en communicatie, passend bij de moderne hulpverlener. Scheepsrampen zijn er nog steeds, maar worden sneller opgemerkt en reddingcapaciteit is massaal beschikbaar. De scheepvaart is veiliger, maar ongelukken aan boord blijven bestaan. Het kustgebied wordt heel anders gebruikt dan vroeger. Het jaar rond wordt er intensief gerecreëerd, door watersporters en strandbezoekers. De KNRM signaleert de veranderingen en past haar dienstverlening en reddingsmiddelen daarop aan. Telkens met als belangrijkste drijfveer ‘Veilig uit en veilig thuis’ voor zowel de vrijwillige redder als de geredden die van het water worden gehaald.

Contactpersonen
photo:24/7 woordvoerder
24/7 woordvoerder
0620 572 979 (direct)
/
0255 548454 (kantoor)
photo:Janneke  Stokroos
Janneke Stokroos
Woordvoerder
photo:Leonie de Vries
Leonie de Vries
Woordvoerder
photo:Edward Zwitser
Edward Zwitser
Woordvoerder
photo:Lieneke de Kroon
Lieneke de Kroon
Woordvoerder
photo:Kees Brinkman
Kees Brinkman
Woordvoerder
Deel deze release
Deel op: Twitter
Deel op: Facebook
Deel op: LinkedIn
Laatste nieuws